Ik koester je oester Ik lonk naar je spelonk Ik hunker naar je bunker Ik pronk met je vierde honk Ik bewonder je van onder En ik smacht naar je schacht Ik voel me thuis in je sluis Je hebt een pracht van een gracht Ik bestempel je tempel Ik streel je epitheel Ik hossel je mossel Ik bespeel je druipkasteel Ik hamer in je kamer Ik vier me bot in je grot Ik maak moes van je poes En ik ravot met je marmot Ik ben tevreden met je schede Ben in mijn sas met je moeras Ik kom graag op bezoek in de dode hoek in je broek Ik geef een duimpje aan je pruimpje Bravo voor je marshmallow Ik zeg hoezee voor je entree Chapeau aan je fricandeau Ik draai mijn schroef in je foef Ik maak het glad in je gat Maak een ravage van je garage Ik stuur mijn fregat in je zilte nat Dit is een ode aan je pagode Een refrein voor je ravijn Ik geloof in je kloof Want je vagijn mag er zijn.